|
Gedicht over Breda Breda, de stad langs de Mark en Aa Die naderen het Ginneken, waar men de paarden al hoort hinniken En de klokken van de grote toren, die kun je elke dag weer horen. Zit je op een terras, met bier of cola in je glas. Je ruikt de zoete lucht van de suikerfabriek, in de cafees hoor je gezellige muziek, en je komt langs bierproducent 'De drie hoefijzers'. Dan kun je de tijd zien aan de wijzers, van de grote toren, en kun je horen, hoe laat het is, jaaaa, want om twaalf uur begint daar een mis, in de grote kerk, want dan gaat de dominee weer aan 't werk. En als de klokken dan gaan luiden, weet je, we zijn nu in de gezelligste stad van het zuiden op een Vrijdagochtend op het grote marktplein, wil ik dan altijd wel even zijn tussen de vele kramen, en de vele gebouwen met die mooie ramen zie je mij dan lopen. Want ik wil daar stofjes of lekkere vis kopen. Mooie stofjes voor nieuwe kleren, ik ben voor kleermaker aan het leren. Even nog genieten van een lekker bakkie koffie met een koekje. Zit ik daar in een cafe, in een hoekje. Dat ik blij ben dat ik in Breda ben geboren, kun je elke dag aan mij merken en horen (c) john grunnekemeijer Gedicht van Lydia 1 Nooit meer jij maar liever dan dat te aanvaarden droom ik dat je er nog bent heel dicht bij mij De dood is onherroepelijk 't besef doet schrijnend pijn van nooit meer wij nooit meer jij Wat overblijft is de herinnering aan liefde, zo warm en zuiver tussen jou en mij (c) lydia Gedicht van Lydia 2 Een man om op te bouwen een man die je alles gunt Een man om te vertrouwen een man bij wie je huilen kunt Een man die je steunt al is het nog zo zwaar Zo een man heb ik het is heus waar (c) lydia Gedicht van Lydia 3 Vrijwilliger zijn is vrijwillig maar niet vrijblijvend is verbonden maar niet gebonden is onbetaalbaar maar niet te koop is positief denken is positief doen met als enige doel voor je zelf en de ander een goed gevoel (c) lydia |